A | A | A

HOME   |   WORD LID   |   CONTACT
print deze pagina

Advies voor NPZ en MBE's in het kader van de COVID-19 pandemie


1. Algemeen advies

Voor de Netwerk-activiteit:

Voor de MBE-activiteit:

Hier is een evenwicht nodig tussen het verderzetten van de normale zorgverlening, de bescherming van personeel en vrijwilligers en het niet nodeloos bijdragen tot verspreiding van het virus.

Wij ontwikkelden een attest dat verpleegkundigen kunnen gebruiken om aan te tonen dat ze deel uitmaken van een MBE en dat ervoor moet zorgen dat zij zich vrij naar buiten kunnen begeven en zich kunnen legitimeren bij controles. U vindt dit attest hier.

2. Advies over de inschakeling van tijdelijke werkloosheid

Alle tijdelijke werkloosheid die te wijten is aan de COVID-19 pandemie, kan beschouwd worden als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Gezien het groot aantal aanvragen dat de pandemie heeft teweeggebracht, zijn op 20 maart 2020 de procedures hiervoor sterk vereenvoudigd. Dit zowel voor de werkgevers als voor de werknemers. Lees hierover meer op de website van de RVA. 

Moet onze sector hiervan gebruik maken? Uiteraard is elk NPZ of MBE vrij om hierin eigen keuzes te maken. Wij formuleren geheel vrijblijvend het volgende advies:

Voor de netwerken palliatieve zorg:

Voor de begeleidingsequipes:

3. Advies over de inschakeling van vrijwilligers

Schakel je naast zorgverleners ook best vrijwilligers in als oplossing op het tekort aan helpende handen om ten strijde te trekken tegen het COVID-19 virus? Of vermijd je het best om vrijwilligers in te schakelen zodat de continuïteit van de zorgverlening niet verder in gedrang wordt gebracht door een te grote uitval van formele en informele zorgverleners? Wij geven je ons advies!

Het COVID-19 virus zet onze gezondheidssector onder druk. Onze zorgverleners gaan daarom tot het uiterste. Ze begeven zich elke dag in het heetst van de strijd om het virus te lijf te gaan en lopen het gevaar om zelf uit te vallen. Experts vrezen dat veertig tot zeventig procent van hen kan uitvallen door fysieke gevolgen van een besmetting of door mentale problemen als gevolg van overmatige stress en angst. De nood aan informele zorgverleners, de nood aan vrijwilligers dringt zich op.

Ook voor de netwerken palliatieve zorg en de multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve begeleiding is dit een realiteit. Ze worden dagelijks geconfronteerd met de toenemende maatregelen in verband met het virus en dienen zichzelf tijdelijk te reorganiseren om hierop een antwoord te bieden. Net zoals vele andere gezondheidsorganisaties kampen zij met handen te kort en zijn alle helpende handen welkom.

Dat stelt deze organisaties voor een uitdaging. Het plaatst hen mogelijks voor een dilemma. Enerzijds is de nood aan de inschakeling van vrijwilligers hoog. Ze bieden hulp en ondersteuning aan de formele zorgverleners en net dat is in deze tijden van onschatbare waarde. Anderzijds brengt de inschakeling van vrijwilligers een aantal risico’s met zich mee. Ze behoren vaak zelf tot een risicogroep en dienen fysiek contact te vermijden. Daarnaast vraagt het kostbare tijd en energie om hen wegwijs te maken in en op de hoogte te houden van de talrijke maatregelen die dienen genomen te worden.

Ons advies is het volgende.

Net zoals onze formele zorgverleners, zijn onze vrijwilligers van onschatbare waarde. Het is daarom essentieel dat wij hen zo goed mogelijk beschermen door de risico’s op besmetting zo klein mogelijk te houden.

Met dank aan Tine De Vlieger: algemeen coördinator van Palliatieve Hulpverlening Antwerpen

4. Advies over pijn- en symptoomcontrole

De zorg voor COVID-patiënten, ook in de terminale fase, roept heel wat vragen op rond degelijke pijn- en symptoomcontrole. Hoe behandel ik dyspnoe? Wat te doen bij pijn? Heeft zuurstof een plaats en wat te doen bij sedatie?

Vooreerst dit: de richtlijnen van www.pallialine.be  rond deze specifieke symptomen blijven onverminderd van kracht, ook voor COVID-patiënten Twee specifieke topics vragen om enige verduidelijking.

Zuurstof heeft vooral een plaats bij de behandeling van COVID-patiënten, ook bv. in woonzorgcentra, en veel minder voor het controleren van dyspnoe in een terminale fase. Daar heeft zuurstof meestal geen toegevoegde waarde en zijn Morfine en benzodiazepines eerste keuze.

Een tekort aan pompen of bepaalde geneesmiddelen bij grote vraag door een lokale uitbraak, kan alternatieve palliatieve behandelingsschema’s nodig maken. Voor de thuiszorg en in woon-zorg-centra kunnen de equipe-artsen van de thuiszorgequipes hierover adviseren.