A | A | A

HOME   |   WORD LID   |   CONTACT
print deze pagina

Vraag en antwoord

Klik op een vraag om het antwoord te lezen.

Palliatieve zorg is de zorg die je kan krijgen wanneer duidelijk wordt dat genezing niet meer mogelijk is. Palliatieve zorg kan dan ondersteuning bieden op verschillende vlakken. Om de pijn en andere lichamelijke klachten draaglijk te houden, om je zorgen en vragen als patiënt te bespreken en ook om je omgeving mee op te vangen.

Palliatieve zorg begint in principe op het moment dat er geen perspectief meer is op genezing. Dit betekent dat je in de laatste fase van je leven bent beland, maar impliceert niet noodzakelijk dat het sterven heel dichtbij is. Zo zijn er palliatieve patiënten die een jaar of nog langer leven. Terminale zorg verwijst naar de zorg die wordt geboden in het terminale stadium van de ziekte, wanneer het sterven nabij is. Terminale zorg verwijst naar de stervensbegeleiding, de zorg in de laatste dagen of weken van het ziekteproces.

Er zijn heel wat plaatsen waar je palliatieve zorg kan krijgen. Vooreerst kan het bij jou thuis. De palliatieve thuiszorgequipe is een team dat gespecialiseerd is in het verlenen van palliatieve zorg in de thuisomgeving. Dit team vervangt de huisarts en thuisverpleging niet, maar werkt samen onder leiding van de huisarts om het voor de zieke zo comfortabel mogelijk te maken. In elk woonzorgcentrum zijn er medewerkers met een specifieke deskundigheid op vlak van palliatieve zorg. Zij geven informatie aan de bewoner en zijn naasten over de mogelijkheden van palliatieve zorg, ze geven advies aan hun collega-hulpverleners en bieden zelf ook ondersteuning aan de zieke en zijn omgeving.
Verder zijn er ook de palliatieve dagcentra waar palliatieve patiënten een of meerdere dagen per week terecht kunnen. Deze centra vormen een belangrijke aanvulling op de thuiszorg. Veel zieken willen liefst thuis sterven, maar soms overstijgt de zorg de draagkracht van het thuismilieu. De palliatieve dagcentra kunnen dan uitkomst bieden (dit is de zogenaamde "respijtzorg"). In elk ziekenhuis is er een palliatief supportteam. Dat is een team van deskundigen uit verschillende disciplines dat advies en ondersteuning biedt bij de verzorging van palliatieve patiënten die in het ziekenhuis verblijven. Het team kan ook hulp bieden als de zieke het ziekenhuis verlaat en weer naar huis gaat, waarbij ze eventueel de palliatieve thuiszorgequipe kunnen inschakelen. Een ziekenhuis kan ook een palliatieve zorgeenheid herbergen. Dit is een kleine eenheid die bedoeld is voor palliatieve patiënten die een korte levensverwachting hebben (terminale zorg). Het gaat om patiënten die niet thuis kunnen blijven, omdat hun ziekte te zwaar is of teveel speciale zorgen vraagt, en voor wie een gewone ziekenhuisopname ook niet meer wenselijk is.
Verder wordt palliatieve zorg ook meer en meer uitgebouwd in psychiatrische verzorgingstehuizen, instellingen voor mensen met een beperking, initiatieven voor beschut wonen, enz.

Je kan als palliatieve patiënt nog behandelingen krijgen, maar het gaat dan om palliatieve behandelingen die niet meer gericht zijn op genezing, maar wel op het zoveel mogelijk afremmen van de ziekte en het verminderen of voorkomen van klachten (bijvoorbeeld pijn). Op het eerste zicht lijken veel palliatieve behandelingen op behandelingen die gericht zijn op genezing en dit kan voor consternatie zorgen. Het kan immers verwarrend zijn als je je door een palliatieve behandeling een stuk beter voelt of direct minder klachten hebt. De verwarring kan nog groter worden als je de behandelend arts verkeerd begrijpt. Bijvoorbeeld als hij zegt dat de behandeling 'goed aanslaat'. Hij bedoelt dan dat je ziekte gunstig op de behandeling reageert, bijvoorbeeld omdat de uitzaaiingen kleiner zijn geworden. Hij bedoelt niet dat je toch nog zal genezen.

Als de gewone palliatieve middelen om ondraaglijke klachten onder controle te brengen niet helpen kan palliatieve sedatie toegepast worden. Het kan gaan om lichamelijke klachten (zoals pijn of kortademigheid) die men niet onder controle krijgt, maar ook om een emotioneel, diepmenselijk, onlenigbaar lijden in het zicht van de dood. In de praktijk gaat het vaak om een combinatie van klachten. Bij sedatie krijgt de zieke medicatie die zijn bewustzijn vermindert, zoveel als nodig om het lijden te verzachten.
Bij een lichte sedatie is de zieke rustig, maar opent hij de ogen nog of beweegt hij als hij wordt aangesproken of aangeraakt. Bij diepe sedatie is de zieke diep in slaap.
Palliatieve sedatie wordt enkel toegepast in de laatste dagen (of hoogstens weken) van het leven bij mensen die al stervende zijn. Sedatie heeft dan ook nauwelijks een invloed op de levensduur die door de ziekte zelf bepaald wordt. Dit is meteen een belangrijk verschil met euthanasie waar het de bedoeling is het leven van de patiënt te beëindigen. Palliatieve sedatie heeft niet de levensbeëindiging tot doel, maar het draaglijker maken van het stervensproces. Een ander verschil is dat bij sedatie het concrete verloop van de ziekte kan worden afgewacht, omdat op elk moment palliatieve sedatie kan worden toegepast als dat nodig moest blijken. Er hoeft dus geen vast moment te worden afgesproken om met sedatie te starten, dit is anders bij euthanasie.

Volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie heeft palliatieve zorg niet de intentie de dood te bespoedigen of uit te stellen. Gezien het bij euthanasie over een vorm van actieve levensbeëindiging gaat, kan euthanasie strikt gezien niet als een onderdeel van palliatieve zorg beschouwd worden. Dit is wereldwijd ook het meerderheidsstandpunt.
In Vlaanderen neemt de palliatieve zorgsector echter een pragmatische houding aan ten aanzien van euthanasie en streeft zij ernaar de wet op euthanasie maximaal op een ethische manier in de praktijk te brengen. Palliatieve zorgverleners staan dus open voor euthanasievragen. Als na een zorgvuldige begeleiding en bevraging het verzoek tot euthanasie aanhoudt, kan de euthanasie dan ook uitgevoerd worden als een laatste stap in een traject van palliatieve zorg.


Referentie:
Huysmans G., Vanden Berghe P., Vandermaesen R., Hannes G. (Eds.), 2015, Alles over het levenseinde. Wegwijs in palliatieve zorg, ACCO Uitgeverij, 208p.