A | A | A

HOME   |   WORD LID   |   CONTACT
print deze pagina

vraag & antwoord m.b.t. bijzondere beroepsbekwaamheid palliatieve zorg

» diploma & cumul van titels/bijzondere beroepsbekwaamheden
» opleiding
» zorgsettings en –programma's
» procedure
» premie
» dwingende regelgeving

Dit gedeelte wordt dynamisch beheerd en zal frequent worden uitgebreid, aangepast en gecorrigeerd indien nodig.
Klik op een vraag om het antwoord te lezen.
Staat uw vraag hier niet bij? Klik dan hier om uw vraag te stellen.



diploma & cumul van bijzondere beroepstitels/bijzondere beroepsbekwaamheden

Ja.
Welke afstudeerrichting of optie ook op het diploma of brevet vermeld wordt, elke houder van het diploma, de graad, het brevet of de titel van gegradueerde verpleger, gegradueerde verpleegster, bachelor in de verpleegkunde, verpleger, verpleegster of houder van het "diploma in de verpleegkunde" komt in aanmerking voor het verkrijgen van de erkenning als verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg.

Neen, de bijzondere beroepstitels en de bijzondere beroepsbekwaamheden zijn specifiek ontworpen voor de houders van een diploma van verpleegkundige. Wie vroedvrouw is beroept zich vaak op het KB nr. 78 om aan te tonen dat ze gelijkgesteld zijn met de gegradueerde verpleegkundigen. Men verwijst dan altijd naar het artikel 21quater, § 2:“21quater. §2. Voor de uitoefening van de verpleegkunde wordt de persoon die in het bezit is van een diploma van vroedvrouw gelijkgesteld met de gegradueerde verpleger of verpleegster.” De gelijkstelling heeft enkel betrekking op de uitoefening van de verpleegkunde. Deze gelijkstelling geeft de vroedvrouwen niet dezelfde rechten (en plichten) als de houders van het diploma van gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster. Een vroedvrouw kan dus niet erkend worden als houder van een bijzondere beroepstitel of een bijzondere beroepsbekwaamheid die voorbehouden zijn voor de verpleegkundigen.

 


Men moet een onderscheid maken tussen enerzijds de regels m.b.t. de erkenning voor een bijzondere beroepstitel en –bekwaamheid door de FOD Volksgezondheid die van toepassing zijn voor o.a. de ziekenhuizen en anderzijds de regels m.b.t. de financiering van de premie door de Vlaamse Gemeenschap die verantwoordelijk is voor de uitbetaling van de premie aan de woonzorgcentra. Een beroepsbeoefenaar kan meerdere aanvragen om erkenning indienen waardoor - na gunstig advies - de aanvrager gemachtigd wordt zich te beroepen op meerdere bijzondere beroepstitels en/of bijzondere beroepsbekwaamheden.
Het verkrijgen van een bijzondere beroepstitel of een bijzondere beroepsbekwaamheid of meerdere ervan betekent niet per definitie dat men de premie ontvangt. Je dient in een zorgsetting of zorgprogramma te werken dat in aanmerking komt. Bovendien zijn voor de cumul van premies een aantal regels van toepassing. Lees ook rubriek premie.


opleiding

Artikel 3 kan zowel door de eerste groep als door de tweede groep van personen ingeroepen worden. In grote lijnen bestaan er twee wegen om erkend te worden in de criteria. Voor de verpleegkundigen die al werken zijn er de overgangsmaatregelen die in artikel 7 zijn opgenomen. De overgangsmaatregelen zijn beperkt in de tijd en de aanvraag moet gebeuren voor 1/01/2017. Opgelet: de 50 effectieve uren bijkomende opleiding die men hierbij vraagt moeten gevolgd zijn in de loop van de laatste 5 jaren voorafgaand aan de datum van de erkenningsaanvraag.
Voor alle verpleegkundigen (ook zij die al werken) is er ook een mogelijkheid om erkend te worden op basis van de definitieve maatregelen (artikelen 2 en 3). En deze laatste mogelijkheid kent geen einde in de tijd. Het vereiste aantal studiepunten of effectieve uren bijkomende opleiding kan men in principe behaald hebben vanaf de datum dat men afstudeerde als verpleegkundige tot de dag voor dat men een aanvraag doet om erkend te worden.

Ja, indien de gevolgde uren beantwoorden aan de vereisten in artikel 3 van het MB van 8 juli 2013.

Ja. Indien het om meerdere opleidingen gaat, zal uit het opleidingsattest blijken welk domein (cf. artikel 3 van het MB van 8 juli 2013) behandeld werd en zal het geheel van alle opleidingsattesten duidelijk maken dat alle deelaspecten van de drie domeinen aan bod kwamen.

Het opleidingsattest moet vermelden dat de persoon geslaagd is. Belangrijk is dat dit document ondertekend is en op een officiële template van de onderwijsinstelling/organisatie staat of met minimaal een officiële stempel van de organiserende instantie.

Ja. Indien het om meerdere opleidingen gaat, zal uit het opleidingsattest blijken welk domein (cf. artikel 3 van het MB van 8 juli 2013) behandeld werd en zal het geheel van alle opleidingsattesten duidelijk maken dat alle deelaspecten van de drie domeinen aan bod kwamen.

Ja. Indien het om meerdere opleidingen gaat, zal uit het opleidingsattest blijken welk domein (cf. artikel 3 van het MB van 8 juli 2013) behandeld werd en zal het geheel van alle opleidingsattesten duidelijk maken dat alle deelaspecten van de drie domeinen aan bod kwamen.

Uit het opleidingsattest moet blijken welke de effectieve uren waren.

De opleidingen worden georganiseerd door een bevoegde onderwijsinstelling en / of beoordeeld door de leden van de vakorganisaties en de beroepsverenigingen in de erkenningscommissie, afdeling bijzondere beroepsbekwaamheid palliatieve zorg.

Ja, indien de gevolgde uren beantwoorden aan de vereisten in artikel 3 van het MB van 8 juli 2013. Uit het opleidingsattest moet blijken dat de opleiding over de drie domeinen (opgesomd in artikel 3 van het MB van 8 juli 2013) handelde en dat alle deelaspecten aan bod kwamen. Indien het om meerdere opleidingen gaat, zal uit het opleidingsattest blijken welk domein behandeld werd en zal het geheel van alle opleidingsattesten duidelijk maken dat alle deelaspecten van de drie domeinen aan bod kwamen. Hier moet bij opgemerkt worden dat het de Erkenningscommissie is die beslist of de gevolgde opleiding aan de vereisten voldoen of niet. De Erkenningscommissie onderzoekt dossier per dossier de ingediende bewijzen van de door de aanvrager gevolgde opleiding. Men onderzoekt dan of de gevolgde opleidingen aan de vereisten in de erkenningscriteria beantwoorden. 

Ja, al deze opleidingen komen in aanmerking, maar mogelijks is 1 opleidingsattest ontoereikend en moeten er meerder opleidingsattesten aan het dossier worden toegevoegd zodat het vereiste aantal effectieve uren/studiepunten gehaald wordt.

Normaal niet (uitzonderingen werden in het verleden soms aanvaard, bij voorbeeld voor iemand die 1 of 2 uur opleiding te kort kwam, maar nooit meer dan dat).

Ja, uit het opleidingsattest moet blijken dat de opleiding over de drie domeinen (cf. artikel 3 van het MB van 8 juli 2013) handelde en dat alle deelaspecten aan bod kwamen. Indien het om meerdere opleidingen gaat, zal uit het opleidingsattest blijken welk domein behandeld werd en zal het geheel van alle opleidingsattesten duidelijk maken dat alle deelaspecten van de drie domeinen aan bod kwamen. Hier moet bij opgemerkt worden dat het de Erkenningscommissie is die beslist of de gevolgde opleiding aan de vereisten voldoen of niet.  De Erkenningscommissie onderzoekt dossier per dossier de ingediende bewijzen van de door de aanvrager gevolgde opleiding. Men onderzoekt dan of de gevolgde opleidingen aan de vereisten in de erkenningscriteria beantwoorden.

Ja, uit het opleidingsattest moet blijken dat de opleiding over de drie domeinen (cf. artikel 3 van het MB van 8 juli 2013) handelde en dat alle deelaspecten aan bod kwamen. Indien het om meerdere opleidingen gaat, zal uit het opleidingsattest blijken welk domein behandeld werd en zal het geheel van alle opleidingsattesten duidelijk maken dat alle deelaspecten van de drie domeinen aan bod kwamen. Hier moet bij opgemerkt worden dat het de Erkenningscommissie is die beslist of de gevolgde opleiding aan de vereisten voldoen of niet. Het volgen van een referentenopleiding of een BaNaBa betekent daarom niet dat men een absoluut recht heeft om erkend te worden op basis van deze opleidingen. De Erkenningscommissie onderzoekt dossier per dossier de ingediende bewijzen van de door de aanvrager gevolgde opleiding. Men onderzoekt dan of de gevolgde opleidingen aan de vereisten in de erkenningscriteria beantwoorden. In 99% van de gevallen gaan de referentenopleiding en BaNaBa wel in aanmerking komen maar bij gegronde redenen heeft de erkenningscommissie het recht om de gevolgde opleidingen niet in aanmerking te laten komen.

Ja, uit het opleidingsattest moet blijken dat de opleiding over de drie domeinen (cf. artikel 3 van het MB van 8 juli 2013) handelde en dat alle deelaspecten aan bod kwamen. Indien het om meerdere opleidingen gaat, zal uit het opleidingsattest blijken welk domein behandeld werd en zal het geheel van alle opleidingsattesten duidelijk maken dat alle deelaspecten van de drie domeinen aan bod kwamen. Hier moet bij opgemerkt worden dat het de Erkenningscommissie is die beslist of de gevolgde opleiding aan de vereisten voldoen of niet. Het volgen van een referentenopleiding of een BaNaBa betekent daarom niet dat men een absoluut recht heeft om erkend te worden op basis van deze opleidingen. De Erkenningscommissie onderzoekt dossier per dossier de ingediende bewijzen van de door de aanvrager gevolgde opleiding. Men onderzoekt dan of de gevolgde opleidingen aan de vereisten in de erkenningscriteria beantwoorden. In 99% van de gevallen gaan de referentenopleiding en BaNaBa wel in aanmerking komen maar bij gegronde redenen heeft de erkenningscommissie het recht om de gevolgde opleidingen niet in aanmerking te laten komen.

Ja, uit het opleidingsattest moet blijken dat de opleiding over de drie domeinen (cf. artikel 3 van het MB van 8 juli 2013) handelde en dat alle deelaspecten aan bod kwamen. Indien het om meerdere opleidingen gaat, zal uit het opleidingsattest blijken welk domein behandeld werd en zal het geheel van alle opleidingsattesten duidelijk maken dat alle deelaspecten van de drie domeinen aan bod kwamen. Hier moet bij opgemerkt worden dat het de Erkenningscommissie is die beslist of de gevolgde opleiding aan de vereisten voldoen of niet. De Erkenningscommissie onderzoekt dossier per dossier de ingediende bewijzen van de door de aanvrager gevolgde opleiding. Men onderzoekt dan of de gevolgde opleidingen aan de vereisten in de erkenningscriteria beantwoorden.

De Federatie ondersteunt het volgen van intervisie als een noodzakelijk stilstaan bij het eigen functioneren met als doel (verworven) professionele competenties verder te ontwikkelen via reflectief leren. De Federatie wil mee waken over de kwaliteit van de gevolgde intervisie (en van aangeboden opleidingen in het algemeen) en onderschrijft dat een duurtijd van 2 uur is aangewezen om in een intervisie een leerproces op gang te brengen en goed af te ronden. De Federatie is voorstander van een kwalitatief inhoudelijke en geleidde intervisie. Op het attest dient aangegeven te worden 1) in welk kader de intervisie plaats had, 2) een korte beschrijving van het onderwerp waarrond het leerproces ging en 3) de duurtijd van de intervisie. Het is aan de administratie en bij twijfel de erkenningscommissie, afdeling bijzondere beroepsbekwaamheid palliatieve zorg om op basis van het attest te beslissen of de intervisie-uren als opleidingsuren in aanmerking komen. 

Bij interpretatieproblemen van de criteria beslist de Federale Raad voor Verpleegkunde.

Het gaat om minimum 50 effectieve uren verdeeld over de 3 domeinen.

Ja, de regeling in dit artikel kent geen einde in de tijd. Het vereiste aantal studiepunten of effectieve uren bijkomende opleiding kan men in principe behaald hebben vanaf de datum dat men afstudeerde als verpleegkundige tot de dag voor dat men een aanvraag doet om erkend te worden. Dit in tegenstelling met de aanvraag op basis van de overgangsbepalingen die dient te gebeuren voor 1/01/2017.


zorgsettings en –programma's

Komen WEL in aanmerking:
- In het ziekenhuis: gespecialiseerde dienst voor behandeling (kenletter Sp-palliatief - palliatieve zorgeenheid), functie palliatieve zorg (PST), zorgprogramma oncologie, zorgprogramma oncologische basiszorg.
- In de woonzorgcentra: referent verpleegkundigen palliatieve zorg en andere verpleegkundigen.
- In de thuiszorg: referentieverpleegkundigen palliatieve zorg, thuisverpleegkundigen en verpleegkundigen van een MBE (multidisciplinaire begeleidingsequipe) en Dagcentra palliatieve zorg.
Komen NIET in aanmerking: verpleegkundigen van de netwerken palliatieve zorg.
Belangrijke opmerking: het verkrijgen en behouden van de erkenning of bekomen via de overgangsbepalingen betekent niet dat men automatisch ook de premie ontvangt. Lees ook rubriek premie

Ja, als deze beantwoorden aan de criteria voor het behoud (cf. artikel 4 van het MB van 8 juli 2013).

Ja, als deze beantwoorden aan de criteria voor het behoud (cf. artikel 4 van het MB van 8 juli 2013).

Je kan pas in aanmerking komen voor de erkenning van de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg in het kader van de overgangsbepalingen op voorwaarde dat je de functie van verpleegkundige bij patiënten in een equipe of een structuur die palliatieve zorg verstrekt of bij patiënten in de intra of extra murale sector gedurende minstens twee jaar voltijds equivalent hebt uitgeoefend op 1/01/2014.

De criteria (artikel 4 van het MB van 8 juli 2013) vereisen dat men zijn functie uitgeoefend heeft bij patiënten in een equipe of een structuur die palliatieve zorg verstrekt of bij patiënten in palliatieve fase in de intra- of extramurale sector. De criteria leggen geen minimum percentage noch jaarlijkse (of periodieke) quota van patiënten op. Alle verpleegkundigen uit woonzorgcentra kunnen een aanvraag doen. Dit is niet beperkt tot de referenten palliatieve zorg. Het is aan de Erkenningscommissie om vast te stellen of het aantal patiënten verzorgd door de verpleegkundige aan die vereisten beantwoordt (voldoende is om de praktische vaardigheden te verwerven die verwacht mogen worden van een verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg). De verpleegkundige moet evenwel twee jaar voltijds werken, wat toch wel wijst op een zekere "hoeveelheid ervaring". Tewerkstelling als referentiepersoon op een palliatieve dienst/in een palliatief team van een woonzorgcentrum komt in aanmerking voor een erkenning. Tewerkstelling als referentiepersoon op een andere dienst, komt niet in aanmerking, tenzij via de RIZIV-aangifte van het woonzorgcentrum voldoende bewijs van tewerkstelling geleverd kan worden.  Naast de RIZIV-aangifte kan ook een attest van tewerkstelling van de werkgever worden aanvaard waarbij deze verklaart dat de medewerker x-tijd van zijn opdracht is vrijgesteld voor palliatieve zorg.

Ja, als het een onderdeel is van werken als verpleegkundige in deze instelling maar vorming geven mag niet de hoofdactiviteit zijn van de verpleegkundige in kwestie, hij / zij moet ook met palliatieve patiënten gewerkt hebben.

Ja, als het een onderdeel is van werken als verpleegkundige in deze instelling maar vorming geven mag niet de hoofdactiviteit zijn van de verpleegkundige in kwestie, hij / zij moet ook met palliatieve patiënten gewerkt hebben.

Ja, als het een onderdeel is van werken als verpleegkundige in deze instelling.

Neen, dit is geen activiteit die kadert in het werken met patiënten die in een palliatieve fase zijn.

Ja, als het een onderdeel is van werken als verpleegkundige in een equipe of een structuur die palliatieve zorg verstrekt of bij patiënten in palliatieve fase in de intra- of extramurale sector.

Ja, als het een onderdeel is van werken als verpleegkundige in een equipe of een structuur die palliatieve zorg verstrekt of bij patiënten in palliatieve fase in de intra- of extramurale sector.

De criteria (artikel 4 van het MB van 8 juli 2013) vereisen dat men zijn functie uitgeoefend heeft bij patiënten in een equipe of een structuur die palliatieve zorg verstrekt of bij patiënten in palliatieve fase in de intra- of extramurale sector. De criteria leggen geen minimum percentage noch jaarlijkse (of periodieke) quota van patiënten op. Het is aan de Erkenningscommissie om vast te stellen of het aantal patiënten verzorgd door de verpleegkundige aan die vereisten beantwoordt (voldoende is om de praktische vaardigheden te verwerven die verwacht mogen worden van een verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg). De verpleegkundige moet evenwel twee jaar voltijds werken, wat toch wel wijst op een zekere "hoeveelheid ervaring". Tewerkstelling als referentiepersoon op een palliatieve dienst/in een palliatief team van een woonzorgcentrum komt in aanmerking voor een erkenning. Tewerkstelling als referentiepersoon op een andere dienst, komt niet in aanmerking, tenzij via de RIZIV-aangifte van het woonzorgcentrum voldoende bewijs van tewerkstelling geleverd kan worden.  Naast de RIZIV-aangifte kan ook een attest van tewerkstelling van de werkgever worden aanvaard waarbij deze verklaart dat de medewerker x-tijd van zijn opdracht is vrijgesteld voor palliatieve zorg.

Ja, dit komt overeen met 2 jaar voltijds.


procedure

Sinds januari 2016 kan de aanvraag om erkenning enkel online gebeuren bij het e-loket van de website van het agentschap Zorg en Gezondheid. Hou dit bij de hand:
•Uw elektronische identiteitskaart met pincode en een kaartlezer
•Uw e-mailadres
•Ingescande versies van de bewijsstukken, in pdf, png of jpeg-formaat (max. 4 MB per bestand).
U moet inloggen met uw elektronische identiteitskaart (of federaal token). Kies daarna “aanmelden als burger”. Meer hulp bij het e-loket.
Een document vergeten? Merkt u in het e-loket dat u een document vergeten bent? U kan uw aanvraag afsluiten en later hervatten. U kan 1 aanvraag bewaren zonder door te sturen, gedurende 30 dagen. Kies bij uw volgende bezoek aan het e-loket voor “De bewaarde aanvraag hervatten”.


Neen, het aanvraagformulier is hetzelfde voor alle BBT en BBK.

Klopt, indien het webformulier nog niet is aangepast dan kan men schrijven: "meerdere opleidingen, zie bijlagen".

Minimaal een kopie van het basisdiploma of brevet. Een bewijs van de gevolgde opleiding(en) en een tewerkstellingsattest opgesteld door de werkgever.

Neen.

Er moet genoeg detail opstaan zodat de Erkenningscommissie kan nagaan over wie het gaat, welke opleidingen hij/zij gevolgd heeft en wanneer hij deze gevolgd heeft, waar hij of zij tewerkgesteld is/was.


Neen, het attest moet wel toelaten om o.a. de persoon over wie het gaat te identificeren, waar hij tewerkgesteld is/was en in welke functie, in welke dienst(en) hij tewerkgesteld is/was en hoe lang. Uit het werkgeversattest moet duidelijk blijken dat u tewerkgesteld was bij palliatieve patiënten.

1.Het Agentschap Zorg en Gezondheid controleert of uw aanvraag volledig is: hebt u alle bewijsstukken opgeladen? Zo niet, dan sturen wij u een e-mail met een opsomming van wat er nog ontbreekt en dan kan u uw dossier aanvullen in het e-loket.
2.Is uw dossier volledig, dan gaat het naar de erkenningscommissie, afdeling bijzondere beroepsbekwaamheid palliatieve zorg. Die komt regelmatig samen. Zij beoordelen uw dossier en geven een positief of negatief advies of vragen om extra informatie, dit wil zeggen na de ontvankelijkheid van de aanvraag te hebben gecontroleerd evenals na de grond van de aanvraag te hebben beoordeeld (met name de kwalificatievereisten en de gevolgde opleidingen). Ze doet uitspraak op stukken.Het Agentschap Zorg en Gezondheid keurt op basis van dat advies uw erkenning goed of af.
3.Na de vergadering van de erkenningscommissie, krijgt u een e-mail met het advies van de erkenningscommissie en de beslissing van het Agentschap Zorg en Gezondheid.
4.Bent u erkend, dan ontvangt u een erkenningsbesluit van het Agentschap Zorg en Gezondheid via e-mail. Op het ondertekende besluit wordt vermeld op welke datum de erkenning is ingegaan.
5.Bij een negatief advies, kunt u nog bezwaar indienen bij de erkenningscommissie binnen de 30 dagen nadat u het negatieve advies hebt ontvangen.

De erkenning bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg wordt toegekend voor onbepaalde duur, maar het behoud ervan is aan cumulatieve voorwaarden onderworpen (artikel 4 van het MB van 8 juli 2013).  U hoeft dus geen aanvraag tot verlenging of bewijsstukken in te dienen. U moet wel blijven voldoen aan criteria van permanente vorming, zoniet kan uw erkenning worden ingetrokken.

Als de erkenningscommissie een negatief advies geeft en het Agentschap Zorg en Gezondheid beslist om dat advies te volgen, bezorgt het Agentschap Zorg en Gezondheid het voornemen tot negatieve beslissing aan de aanvrager met een aangetekende brief. De aanvrager kan binnen dertig dagen na de ontvangst van het voornemen tot negatieve beslissing een bezwaarnota met zijn opmerkingen bezorgen aan het Agentschap Zorg en Gezondheid. De bezwaarnota van de aanvrager wordt, samen met het negatieve advies, het voornemen tot negatieve beslissing en het aanvraagdossier, opnieuw voorgelegd aan de erkenningscommissie, die op basis van die stukken een nieuw advies uitbrengt. Het Agentschap Zorg en Gezondheid bezorgt zijn definitieve beslissing aan de aanvrager.
Als het Agentschap Zorg en Gezondheid van oordeel is dat een advies van de erkenningscommissie niet gevolgd kan worden, brengt het de erkenningscommissie daarvan op de hoogte. Als de erkenningscommissie bij haar oorspronkelijke positieve advies blijft, bezorgt het Agentschap Zorg en Gezondheid het voornemen tot negatieve beslissing, samen met het positieve advies, aan de aanvrager. De aanvrager kan binnen dertig dagen na de ontvangst van het voornemen tot negatieve beslissing een bezwaarnota met zijn opmerkingen bezorgen aan het agentschap. De bezwaarnota van de aanvrager wordt, samen met het positieve advies, het voornemen tot negatieve beslissing en het aanvraagdossier, voorgelegd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, die op basis van die stukken een definitieve beslissing neemt over het dossier in kwestie. Het Agentschap Zorg en Gezondheid bezorgt de definitieve beslissing van de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, aan de aanvrager.


Als de verpleegkundige niet meer aan de erkenningscriteria voldoet, kan het Agentschap Zorg en Gezondheid de erkenning van de bijzondere beroepstitel of de bijzondere beroepsbekwaamheid intrekken. Het Agentschap Zorg en Gezondheid kan een erkenning pas intrekken nadat het daarover het advies van de erkenningscommissie heeft ingewonnen, en nadat het, na het advies van de erkenningscommissie ontvangen te hebben, zijn voornemen tot intrekking aan de verpleegkundige heeft bekendgemaakt. De verpleegkundige van wie het Agentschap Zorg en Gezondheid de erkenning wil intrekken conform het tweede lid, kan binnen dertig dagen na de ontvangst van het voornemen een bezwaarnota indienen. De bezwaarnota wordt, samen met het voornemen tot intrekking, voorgelegd aan de erkenningscommissie, die op basis van die stukken een advies uitbrengt. Na het advies van de erkenningscommissie wordt de definitieve beslissing van het Agentschap Zorg en Gezondheid aan de verpleegkundige bezorgd.

Ja

Met vragen kan je terecht op 1700, het nummer van de Vlaamse overheid, elke werkdag van 9 tot 19 uur of stuur een e-mail.
Hou uw rijksregisternummer bij de hand.




premie

Neen, in het basisbesluit van 28/12/2011 (Uitvoering attractiviteitsplan in bepaalde federale gezondheidsfactoren, BS 30/12/2011) wordt bepaald dat men om te genieten van de premies in het ziekenhuis tewerkgesteld moet zijn (in een erkende dienst, in een erkende functie of in een erkend zorgprogramma die deze specialisatie voorziet) of in een rustoord voor bejaarden of in een rust- en verzorgingstehuis. Het in aanmerking komen voor het verkrijgen en/of behouden van de erkenning staat los van het in aanmerking komen van het ontvangen van de premie. Lees zeker ook het antwoord op de volgende vraag 'Welke zorgsettings komen in aanmerking?'

Komen WEL in aanmerking:
- In het ziekenhuis: gespecialiseerde dienst voor behandeling (kenletter Sp-palliatief - palliatieve zorgeenheid), functie palliatieve zorg (PST), zorgprogramma oncologie, zorgprogramma oncologische basiszorg.
- In het woonzorgcentrum: referent verpleegkundigen palliatieve zorg en andere verpleegkundigen. Door de zesde staatshervorming zijn de gemeenschappen bevoegd geworden voor het ouderenbeleid en de categorale ziekenhuizen (ziekenhuizen met geïsoleerde G-bedden (geriatrie) of Sp-bedden (revalidatie)), en dus ook voor de financiering ervan. De Vlaamse Regering schortte de premies voor de bijzondere beroepsbekwaamheid en voor de bijzondere beroepstitels op in de instellingen waarvoor de Vlaamse overheid budgettair verantwoordelijk is. Ze wijzigde daarvoor principieel het koninklijk besluit over het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep. De maatregel houdt in dat houders van een bijzondere beroepsbekwaamheid palliatieve zorg, die hun bijzondere beroepsbekwaamheid palliatieve zorg verkrijgen na de datum van inwerkingtreding van de maatregel niet langer recht zullen kunnen doen gelden op de attractiviteitspremie, indien zij tewerkgesteld zijn, of gaan werken, in een woonzorgcentrum. Het besluit, dat de premie voor verpleegkundigen met een bijzondere beroepsbekwaamheid palliatieve zorg regelt, werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, op 23 augustus 2016. De maatregel is in werking getreden op 2 september 2016.
Of anders geformuleerd: de verpleegkundigen die een BBK PZ verkrijgen na de datum van inwerkingtreding van de maatregel kunnen geen attractiviteitspremie meer ontvangen, als ze tewerkgesteld zijn in een woonzorgcentrum, of later in een woonzorgcentrum gaan werken. Voor de verpleegkundigen die een BBK PZ verkregen hebben voor de inwerkingtreding van de maatregel verandert er niets: zij zullen het recht op de attractiviteitspremie kunnen blijven behouden.

Komen NIET in aanmerking:
- In de thuiszorg: referentieverpleegkundigen palliatieve zorg, thuisverpleegkundigen en verpleegkundigen van een MBE (multidisciplinaire begeleidingsequipe) en Dagcentra palliatieve zorg.
- Verpleegkundigen van de netwerken palliatieve zorg.

De premie wordt jaarlijks in de maand september betaald door de werkgever aan de verpleegkundige die er recht op heeft. De premie wordt betaald pro rata van de arbeidsduurregeling en het aantal gewerkte maanden van 1 september van het voorgaande jaar tot 31 augustus van het lopende jaar, en rekening houdende met de datum waarop de beroepsbekwaamheid van toepassing is.

In het geval van een cumul van de erkenning voor een bijzondere beroepstitel en een bijzondere beroepsbekwaamheid zijn de volgende regels van toepassing:
- de cumul van de premie voor een bijzondere beroepstitel en/of voor de bijzondere beroepsbekwaamheid is mogelijk indien het gaat over verschillende specialisaties en uitgeoefend in een dienst, een functie of een zorgprogramma gemeenschappelijk voor deze specialisaties;
-  de cumul van de premie voor de bijzondere beroepstitel en/of voor de bijzondere beroepsbekwaamheid binnen eenzelfde specialisatie is onmogelijk. In dit geval wordt enkel de hoogste premie toegekend. Als de erkenning voor een bijzondere beroepstitel later dan de erkenning voor een bijzondere beroepsbekwaamheid binnen dezelfde specialisatie bekomen is, zal de berekening van de premie pro rata het aantal maanden binnen elke erkenning gebeuren.
Opgelet: wanneer de Vlaamse Gemeenschap voor de betaling van de premie verantwoordelijk is, wat voor de woonzorgcentra het geval is, kan de financiering van deze premie voor dezelfde persoon niet worden gecombineerd met de financiering van een premie voor een andere titel en/of bekwaamheid, in dezelfde deskundigheid of in een andere deskundigheid. Deze beperking wordt door de Vlaamse Gemeenschap opgelegd. De Vlaamse Gemeenschap financiert aan de woonzorgcentra maar maximaal 1 premie per verpleegkundige, zelfs al heeft de verpleegkundige meerdere bijzondere beroepstitels en/of –bekwaamheden (in dezelfde deskundigheid of in een andere deskundigheid).

De werkgever schiet de premie voor, maar uiteindelijk betaalt het FOD (voor de ziekenhuissector) en de Vlaamse Gemeenschap (voor de woonzorgcentra) de premie terug.
Bij de inwerkingtreding van de regelgeving voorzag het RIZIV een budget om deze bijzondere beroepsbekwaamheid te financieren in de rustoorden.  Door de zesde staatshervorming zijn echter de gemeenschappen bevoegd geworden voor het ouderenbeleid en voor de categorale ziekenhuizen, en dus ook voor de financiering ervan. De Vlaamse Regering schort nu de premies voor de bijzondere beroepsbekwaamheid of voor de bijzondere beroepstitels op in de instellingen (o.a. de woonzorgcentra) waarvoor de Vlaamse overheid budgettair verantwoordelijk is. Ze wijzigt daarvoor principieel het koninklijk besluit over het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep. Door dit besluit wordt de budgettaire impact voor de sectoren waarvoor Vlaanderen financieel bevoegd is geworden, met inachtneming van een overgangsperiode, stelselmatig verminderd. In dit kader zal ook de beroepsloopbaan van de verpleegkundige bekeken worden. Over dit besluit wordt het advies ingewonnen van de Raad van State en er wordt ook over overlegd in de schoot van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid. In het principieel goedgekeurde dossier wordt er voorzien in een “behoud van verworven rechten”: wie de premie reeds ontvangt (voor de inwerkingtreding van de maatregel), zal die blijven ontvangen.
 

In september 2015 bedroeg de bruto jaarpremie voor de houder van een bijzondere beroepsbekwaamheid voor een voltijds equivalent 1.205,58 euro. (Voor de houder van een bijzondere beroepstitel was dit 3.616,84 euro).

Ja, maar de wetgeving voorziet wel dat de houders die er recht op hebben de premie ook jaarlijks zullen ontvangen.



dwingende regelgeving

In de regelgeving van de palliatieve zorgeenheden (KB van 15 juli 1997, Belgisch Staatsblad 31/07/1997) wordt in art.2, punt 15 bepaald "Minstens 66% van de gegradueerde verpleegkundigen (vroeger ook A1, nu bachelor genoemd) is houder van de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegster of verpleger in de palliatieve zorg." Hierbij wordt het aantal koppen bedoeld en niet het aantal VTE.



Staat uw vraag hier niet bij? Klik dan hier om uw vraag te stellen.